Bedrijfsledengroep tntpost Friesland
AbvaKabo
Friese tradities

 

 

 

Skûtsjesilen

Historie

 Reeds in de negentiende eeuw werden wedstrijden met skûtsjes georganiseerd, zoals in 1820 in Sneek. Toentertijd werd met name gezeild als de boeren geen vracht hadden en de schippers op die manier wel eens een geldprijs konden verdienen. Vaak waren het kasteleins die een wedstrijd uitschreven, bijvoorbeeld als er kermis was, zodat na afloop de prijsuitreiking in het café kon worden gehouden. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden verenigingen opgericht om het zeilen te organiseren. Toen maakte ook het idee van amateursport school, en werd er vrijwel geen wedstrijden meer uitgeschreven om geld. Omdat de schippers dan de tijd niet konden missen, begon het aantal deelnemers terug te lopen.

Toen in de eerste helft van de twintigste eeuw de vrachtvaart steeds meer gemotoriseerd werd, begon ook het aantal skûtsjes terug te lopen. In de Tweede Wereldoorlog was er al door het tekort aan brandstof weer meer te doen voor skûtsjeschippers. Zo werd er weer meer gezeild en tegen die achtergrond werd in 1945 de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (Centrale Commissie Skûtsjesilen), afgekort SKS, opgericht.
Terwijl het aantal wedstrijdcommissies groeide na de oorlog, liep het aantal skûtsjes terug; in de jaren vijftig was het niet meer goed mogelijk voor een beroepsschipper om een skûtsje in de vaart te houden. Daarom zijn stichtingen opgericht die voor eigen rekening een skûtsje aan het Skûtsjesilen lieten deelnemen. Zo is het huidige SKS-kampioenschap ontstaan, met skûtsjes die uitkomen voor een stad of dorp (enige uitzondering hierop is d' Halve Maen, oorspronkelijk het skûtsje van (Philips) (Drachten).
Aan Lodewijk Meeter is het te danken dat de wedstrijdserie nog bestaat. In 1953, toen het silen zou worden afgelast wegens te geringe deelname, regelde Meeter voldoende boten zodat de wedstrijd kon doorgaan. Hij was ook de eerste schipper die een skûtsje speciaal voor wedstrijden kocht.
In de jaren zeventig en tachtig bleek het al weer mogelijk voor particulieren om een eigen skûtsje te bezitten. Omdat deze skûtsjes niet pasten in het stramien van de SKS (de schippers kwamen niet voort uit een schippersfamilie), hebben deze schippers een eigen organisatie opgezet, die sinds 1981 de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen (Open Friese Kampioenschappen Skûtsjesilen), afgekort IFKS, uitschrijft. Daardoor zijn er nu in Friesland twee kampioenschappen Skûtsjesilen.
Aan het SKS-skutsjesilen wordt al jarenlang deelgenomen door een vast aantal van 14 skûtsjes. Hoewel er regelmatig een andere schipper of bemanning aantreedt, zijn het vaak nog dezelfde schepen die mee doen.
De belangstelling voor de IFKS is in de loop der jaren zodanig gegroeid, dat er momenteel in vier klassen wordt gezeild door ruim zestig skûtsjes

Het Frysk Hynder
 

 

Het Friese paard is een inlands raspaard. Zijn wortels gaan ver terug in de tijd. Al in de 13e eeuw was de Fries bekend en tegenwoordig vertoont het nog steeds duidelijke overeenkomsten met zijn verre voorouders.
Het Friese paard werd waarschijnlijk al meer dan 3000 jaar geleden gebruikt. Uit oude bronnen blijkt dat het paard al gebruikt werd door de Romeinen die het paard zeer waardeerden. Ze namen de Fries mee als oorlogspaard, tijdens de veldtocht naar Engeland. In de Middeleeuwen werd de Fries vooral als krijgspaard gebruikt. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog leverden kruisingen met Spaanse paarden, voornamelijk Andalusiërs in de zeventiende eeuw een actief en
veelzijdig type Fries op
 
 
 
 
 
 
 
 
Keatsen
 
 
Een Friese kaatswedstrijd
Een Friese kaatswedstrijd
Kaatsen is een verzamelnaam van balsporten, waarbij de spelers de bal met de handpalm of vuist zo proberen te slaan, dat deze door de tegenpartij niet geldig kan worden geretourneerd.
De kaatssport wordt in diverse varianten in meer dan 50 landen en landstreken beoefend, o.a. in België, Frankrijk, Baskenland, Valencia, Italië en de Verenigde Staten. Kaatsen is één van de oudste nog beoefende balsporten.
Ruwweg zijn de verschillende varianten op de te delen in veld- of pleinkaatsen waartoe het Friese en Belgische (jeu de pelote (franstalig artikel)) spel behoren en muurkaatsen met als meest beoefende varianten Amerikaans handbal (American Handball), geëvolueerd uit het daar door Ierse emigranten omstreeks 1880 geïntroduceerde kaatsspel en het Baskisch spel dat, behalve in het land van oorsprong, in een groot aantal landen in Zuid- en Midden-Amerika wordt gespeeld.
In de 16e eeuw werd door sommige spelers bij het in noord-Frankrijk nog altijd beoefende "jeu de paume", een primitief racket gebruikt. Hieruit is het moderne tennis geëvolueerd, maar ook een aantal nog sporadisch gespeelde sporten als real tennis en jeu de tambourin zijn hieruit ontstaan.

Fierljeppen
 
Fierljeppen, ook wel polsstokverspringen genoemd, is een sport waarbij een atleet probeert met behulp van een polsstok een zo groot mogelijke afstand te overbruggen.
In Nederland worden officiële wedstrijden georganiseerd door de Polsstokbond Holland (PBH) en It Frysk Ljeppers Bûn (FLB). De overkoepelende sportbond, de Nederlandse Fierljepbond (NFB), organiseert jaarlijks de Tweekamp tussen Holland en Friesland en het Nederlandse Kampioenschap.
De wedstrijden worden versprongen in de provincies Friesland, Groningen Utrechten Zuid-Holland
Het maken van een fierljepsprong bestaat uit verschillende onderdelen die gezamenlijk moeten leiden tot een zo groot mogelijke afstand. De sprong begint met het maken van een korte felle sprint naar de polsstok gevolgd door een goede insprong, het klimmen naar de top van de polsstok om uiteindelijk met een uitsprong in een zandbed te landen.
 
Geschiedenis
 
Fierljeppen wordt uitgesproken als fier-ljep-pen en dus niet als fierl-jep-pen; het betekent letterlijk 'vér springen'.
In de waterrijke gebieden van Nederland wordt al zeker duizend jaar de polsstok gebruikt om sloten over te steken. Ongetwijfeld worden er ook al lange tijd wedstrijden georganiseerd waarin gestreden wordt om de verste sprong. De eerste historisch geverifieerde wedstrijden werden in de 18de eeuw versprongen.
In Friesland worden sinds 1956 in georganiseerd verband, wedstrijden georganiseerd. Tot rond 1975 werd hierbij gesprongen met houten polsstokken (maximale lengte 10 meter). Deze werden vervangen door aluminium polsstokken (maximale lengte 12,50 meter incl. verlengstuk).
In 2006, precies 50 jaar later, is de overstap gemaakt naar polsstokken van Carbon (maximale lengte 13,50 meter). Deze polsen zijn stugger dan de aluminium pols waardoor ze minder zwiepen. Ook zijn sommige carbonpolsen langer dan de oude aluminiumpolsen. Er is al bewezen dat men met carbon verder kan springen, het Nederlandse record van 19,40, dat al 15 jaar op naam van Aart de With uit Benschop stond, werd in de loop van het seizoen verschillende malen verbeterd en staat nu op 20,76 meter (Bart Helmholt, 22 augustus 2007, Grijpskerk). Vier springers sprongen in 2006 verder dan het oude record uit 1991. Het enige nadeel van carbon is dat het materiaal niet tegen puntbelasting kan, er moet daarom voorzichtiger met de polsen worden omgegaan.
 
.
 

Elfstedentocht-Alvestêdetocht
1909-1997
 
 
 
Al heel lang geldt het als een bijzonder sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen: een afstand van bijna 200 kilometer. De hoofdstad van Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats en de deelnemers rijden vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgens Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en weer Leeuwarden.

Van enkele tientallen volbrengers uit vroeger eeuwen zijn de namen bekend gebleven. Hun successen werden in de familiekring trots van generatie op generatie doorverteld. Onder de honderden mannen en vrouwen die in de lange winter van 1890 op 1891 op eigen initiatief de tocht volbrachten, bevond zich ook de grote sportpionier Willem 'Pim" Mulier.  Hij was het, die daarna op het idee kwam van een 'georganiseerde' Elfstedentocht. In 1909 was het zover. Toen schreef de Friesche IJsbond voor de eerste maal een Elfstedenwedstrijd uit. 
De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten. Maar Mr. Hepkema, advocaat te Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van schaatssport levensvatbaar was. Hij achtte een aparte organisatie daarbij van belang. Enkele dagen daarna op 15 januari 1909  werd de Vereniging "De Friesche Elf Steden" opgericht. Het doel van de vereniging is het bevorderen van de ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder het organiseren  zo mogelijk jaarlijks  van Elfstedentochten op de schaats. Mr. Hepkema was de eerste voorzitter.

De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd en een toertocht die beiden op dezelfde dag plaatsvinden. De wedstrijd- en toerrijders schaatsen exact dezelfde route. Tot nu toe werden er 15 Elfstedentochten gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de voorlopig laatste in 1997.
 
 
  
 top

 

 

 
          Sonnema Beerenburg
Friese tradities kunnen niet alleen bekeken worden, maar zeker ook geproefd. In Bolsward wordt de bekende Friese Berenburg gebrouwen. Deze Berenburg is een recept van de Dokkumer herbergier Fedde Sonnema, die maar liefst 71 verschillende, zelfgeplukte kruiden verwerkte in zijn kruidendrank. Door de toenemende populariteit groeide Sonnema uit tot een fabriekje. Ben u benieuwd geworden hoe 71 kruiden in een fles worden gekregen, dan kunt u een rondleiding krijgen door de distilleerderij van Sonnema Berenburg. Natuurlijk staat het nationale slokje voor u klaar.
 
 top

 



 

Aaisykje / eieren zoeken

 

 

Het kievitseieren zoeken wordt het meest gedaan in de Fryslân. Daar wordt het 'ljipaaisykjen' genoemd.  Het eierzoeken  is gekoppeld aan de nazorg. De nazorg houdt in dat er een stokje bij het nest wordt geplaatst, zodat bijvoorbeeld de boer bij het maaien het nest niet kapot rijdt.

Als je gaat eieren zoeken moet je vooral letten op het gedrag van het mannetje en het vrouwtje. Kenners zien daaraan  of het een 'kans' (Fries: kânske') is of niet.

 


Sinds  1993 is het eierzoeken in het hele land toegestaan tussen 1 maart en 8 april. Negen april is de sluitingsdatum. In de provincie Fryslân is het een oude gewoonte dat het eerste kievitsei aan de Commissaris van de Koningin wordt aangeboden. De vinder krijgt de "Sulveren Ljip", een ereteken dat door het Provinciaal Bestuur wordt    geschonken. Ook alle 31 burgemeesters van Friesland ontvangen een 'eerste'  kievitsei uit hun eigen gemeente.   

    

 

LJIPAAISYKJE

 

 

 

Elk jier yn de  maaitiid, is myn famylje wer in dei de klos.

Moat ik wer te ljipaaisykjen,yn de 

greide achter it bosk 

 

 

Moarns iere betiid er al op út, mei de pols nei de greide ta.

Wol jim wol leauwe dat ik er nocht oan ha. 


 KIEVITSEIEREN ZOEKEN

 


Elk jaar in het  voorjaar, is mijn familie  weer de klos. Moet ik weer kievits- eieren  zoeken, in het weiland achter het bos

 

 

s'Morgens vroeg al in aktie, met de polsstok naar het weiland toe. Willen jullie wel geloven dat ik er zin

 


top